Wanneer een jongere afglijdt richting criminaliteit, lijkt het van buitenaf vaak op een keuze. Bewust, koud, berekend. Maar dichtbij — als je luistert — zie je iets anders.
Jongeren raken zelden 'zomaar' betrokken bij criminaliteit. Er gaat altijd iets aan vooraf. Een gevoel van er-niet-bij-horen. Geen perspectief. Geen vader, geen werk, geen geld voor wat de buurjongen wél heeft. Of misschien wel een gezin waar al jaren niet meer écht gepraat wordt.
Drie redenen die ik telkens terugzie
In mijn werk kom ik vooral drie onderliggende dynamieken tegen:
- Armoede. Niet alleen geldgebrek, maar het gevoel van niet kunnen meekomen. Geen telefoon, geen kleren, geen plek. Voor sommige jongeren is een schimmige opdracht de eerste keer dat ze écht ergens grip op hebben.
- Loyaliteit. Naar een broer, een neef, een buurjongen. Soms naar een vader die in het milieu zit. Loyaliteit is niet altijd zichtbaar — maar weegt enorm.
- Het verlangen ergens bij te horen. Niet alle 'crimes' beginnen met geld. Sommige beginnen met: eindelijk iemand die zegt 'jij hoort bij ons'.
Het systeem sluit niet aan
Een jongere die zich onveilig voelt op school, niet wordt gezien thuis, en op straat wél iemand is — die kiest niet voor criminaliteit. Hij kiest voor de plek waar hij iemand mág zijn.
"De vraag is niet: waarom doet hij dit? De vraag is: waar heeft hij eerder niet kunnen landen?"
Reguliere hulpverlening werkt vaak goed voor wie binnen het systeem past. Maar voor wie buiten dat systeem terecht is gekomen, voelt diezelfde hulpverlening soms als nóg een instantie die wil dat hij iets doet wat niet bij hem past.
Wat wél werkt
Vertrouwen. Tijd. Een mens die niet wegloopt als het lastig wordt. Een mens die niet oordeelt over de keuzes van gisteren, maar samen kijkt naar wat morgen kan zijn. Dat klinkt vaag — maar het is precies waar het begint.
In mijn begeleiding gaat de eerste paar maanden vaak helemaal niet over 'gedrag'. Het gaat over: wie ben je, los van wat je doet? Wat is er gebeurd? Wat draag je dat eigenlijk niet van jou is? Pas als die ruimte ontstaat, kan er beweging komen.
Voor ouders
Als jouw zoon of dochter in deze hoek terecht is gekomen, dan voel je waarschijnlijk een mix van paniek, schuld en machteloosheid. Weet dit: het feit dat je dit leest, betekent dat je nog niet bent opgegeven. En dat is meer dan je denkt.
Het oude systeem werkt niet. Maar er is een andere weg. Eentje waar we niet beginnen met regels, maar met verbinding. Niet met straf, maar met begrip. Niet om te 'redden', maar om te zien.
Vastgelopen?
Soms is een gesprek met iemand van buiten precies wat er nodig is. Vrijblijvende kennismaking — zonder verplichtingen.
Neem contact op →